DINAMO: Diffusie Imaging en Neurocognitieve Assessment bij Mamma Oncologie. Risicofactoren voor cognitieve problemen bij borstkankerpatiënten: witte stof in de hersenen

<-- terug naar index

Borstkankerpatiënten ervaren vaak cognitieve problemen, zoals vergeetachtigheid of verminderde concentratie. Dit kan ook lang (> 1 jaar) na behandeling voortduren, terwijl er geen tekenen zijn van terugkeer van de ziekte. Cognitieve achteruitgang kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven en is een vaak gerapporteerde klacht bijborstkankeroverlevers die weer aan het werk zijn.

Introductie

Borstkankerpatiënten ervaren vaak cognitieve problemen, zoals vergeetachtigheid of verminderde concentratie. Dit kan ook lang (> 1 jaar) na behandeling voortduren, terwijl er geen tekenen zijn van terugkeer van de ziekte. Cognitieve achteruitgang kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven en is een vaak gerapporteerde klacht bij borstkankeroverlevers die weer aan het werk zijn. Vooral na chemotherapie komen cognitieve problemen voor. Wie zijn de borstkankerpatiënten die gevoelig zijn voor cognitieve achteruitgang na chemotherapie? Recente beeldvormende technieken, zoals diffusie MRI, wijzen erop dat vooral de witte stof van het brein gevoelig is voor neurotoxische bijwerkingen van chemotherapie. Deze techniek laat een verminderde integriteit van de witte stof zien. Witte stof bestaat uit zenuwbanen die hersengebieden met elkaar verbinden. Intacte zenuwbanen zijn essentieel voor cognitieve functies, die tot stand komen door uitgebreide netwerken in het brein. Aandoeningen van de witte stof kunnen het cognitief functioneren dan ook zeer nadelig beïnvloeden.

Doel studie

Omdat witte stof in het brein gevoelig is voor de toxische effecten van chemotherapie, en essentieel is voor cognitief functioneren, willen we in dit onderzoek nagaan of een lage ‘witte stof reserve’ (voorafgaand aan chemotherapie) een risicofactor vormt voor het ontwikkelen van late cognitieve achteruitgang (3 jaar) na chemotherapie bij borstkanker. Witte stof reserve wordt gemeten met diffusie MRI scans, die al eerder zijn verzameld in de PROSPECT studie.

Vraagstelling/ hypotheses

- Een lage witte stof reserve voorafgaand aan chemotherapie, hangt samen met cognitieve achteruitgang 2 en 3 jaar na afloop van chemotherapie - Vroege nadelige effecten op de witte stof, 6 maanden na chemotherapie, hangen samen met cognitieve achteruitgang 2 en 3 jaar na chemotherapie - 3 jaar na chemotherapie zijn nadelige effecten van chemotherapie op het brein meetbaar met verschillende typen MRI scans

(Klinische) relevantie

In de toekomst kunnen we met diffusie MRI scans kijken of er weinig witte stof reserve is voordat de chemo wordt gegeven. Als diffusie MRI scans na de chemotherapie laten zien dat er vermindering van witte stof integriteit is, kan de patiënt voorgelicht worden over eventuele behandeling voor late cognitieve problemen, De patiënt kan geadviseerd worden leefstijlgewoonten aan te passen die gunstig zijn voor de kwaliteit van de witte stof (stoppen met roken, meer bewegen).

Translatie/ implementatie

-