Het ontstaan en verloop van cognitieve problemen bij patiënten met kanker

<-- terug naar index

Kennis over het ontstaan en verloop van cognitieve problemen stelt ons in staat interventies te ontwikkelen die (de kans op) dergelijke cognitieve problemen kunnen verminderen

Introductie

Cognitieve problemen na kanker en kankerbehandeling zijn van oudsher vooral onderzocht bij patiënten met een hersentumor. De laatste jaren is duidelijk geworden dat kankerpatiënten waarbij de ziekte dan wel de behandeling niet primair het centraal zenuwstelsel betreft, eveneens cognitieve problemen kunnen ondervinden. Chemotherapie lijkt een belangrijke bijdrage te leveren aan het ontstaan van dergelijke cognitieve veranderingen. Deze veranderingen betreffen een verminderd leren en geheugen, problemen met uitvoerende functies, en een verminderde snelheid van informatieverwerking. De cognitieve veranderingen kunnen al tijdens de behandeling optreden en lijken lang na de behandeling nog te bestaan. Humane imaging en dierexperimentele studies hebben ons inzicht gegeven over het neurale substraat en de mechanismes die ten grond slag kunnen liggen aan de cognitieve problemen. Zo weten we dat er na chemotherapie veranderingen in de grijze en de witte stof te zien zijn. Vooral de integriteit van de witte stof is gevoelig voor de effecten van chemotherapie.

Doel studie

Ondanks de vooruitgang die de laatste jaren geboekt is in het beschrijven en begrijpen van cognitieve problemen bij niet-centraal zenuwstelsel patiënten, zijn er een aantal belangrijke gaten in onze kennis. Deze gaten betreffen de rol van kanker zelf bij het ontstaan van cognitieve problemen bij deze patiënten waarbij de ziekte zich niet in het centraal zenuwstelsel bevindt. Ook weten we niet goed wat het verloop van de cognitieve problemen in de tijd is. Is er sprake is van een versneld cognitief verouderingsproces en van een toegenomen risico op dementie? En welke patiënten zijn gevoelig voor het krijgen van cognitieve problemen?

Vraagstelling/ hypotheses

- Verschilt het cognitief functioneren van kankerpatiënten voorafgaand aan klinische manifestatie van de ziekte van het cognitief functioneren van mensen zonder kanker? - Verschilt het verloop van cognitief functioneren over de tijd en het risico op dementie van kankerpatiënten met en zonder chemotherapie van dat van mensen zonder kanker? - Wat zijn de risicofactoren voor cognitieve achteruitgang en dementie na kanker en kankerbehandeling?

(Klinische) relevantie

Met dit onderzoek kunnen wij beter begrijpen hoe cognitieve problemen ontstaan en hoe deze zich ontwikkelen wanneer patiënten ouder worden. Ook kunnen wij vaststellen of bepaalde patiënten gevoeliger zijn voor het krijgen van dergelijke cognitieve problemen en of zij zelfs een groter risico lopen op dementie.

Translatie/ implementatie

Cognitieve problemen, zelfs wanneer deze mild van aard zijn, kunnen een grote impact hebben op het dagelijks leven van mensen, en kunnen er ook voor zorgen dat mensen minder goed zelfstandig functioneren. Met meer kennis over het ontstaan en verloop van cognitieve problemen zullen wij beter in staat zijn interventies te ontwikkelen die (de kans op) dergelijke cognitieve problemen kunnen verminderen.