Profylactische schedelbestraling met of zonder hippocampussparing in kleincellig longkanker patiënten: een gerandomiseerde fase III studie

<-- terug naar index

‘Door het sparen van de hippocampus worden minder geheugenproblemen verwacht na profylactische schedelbestraling bij longkankerpatiënten.’

Introductie

Profylactische schedelbestraling (PCI) is de standaard behandeling bij patiënten met kleincellig longkanker met remissie na primaire behandeling. PCI wordt toegepast om micrometasen in het brein te vernietigen. Bijwerkingen van PCI zijn onder andere cognitieve problemen. De incidentie hiervan is niet duidelijk. Geheugenproblemen zijn een veel gehoorde klacht bij bestraling van het gehele brein. Een recente studie rapporteerde een significante, klinisch relevante achteruitgang van hippocampus-gerelateerde geheugenfunctie na bestraling van het gehele brein. Nieuwe bestralingstechnieken kunnen de dosis op de hippocampus beperken tot 10 Gray terwijl 97% van het brein de gewenste dosis ontvangt.

Doel studie

Het doel van de studie is het verminderen van geheugenproblemen als gevolg van bestraling door het toepassen van PCI met hippocampussparing. Dit moet niet ten koste gaan van de overleving. Met MRI wordt geëvalueerd of verminderde schade ook zichtbaar is in het brein.

Vraagstelling/ hypotheses

(1) Wat is het effect van PCI met hippocampusvermijding vs reguliere PCI op cognitief functioneren zoals gemeten met neuropsychologische tests? (2) Wat is het effect van PCI met hippocampusvermijding vs reguliere PCI op neuroradiologische kenmerken zoals gemeten met verschillende MRI scans?

(Klinische) relevantie

PCI kan gepaard gaan met geheugenproblemen en andere cognitieve problemen. Door het sparen van de hippocampus worden deze problemen mogelijk deels voorkomen.

Translatie/ implementatie

-